Het territorium van het huidige Nieuw-Dijk bestond tot 1720 bijna geheel uit eiken- en beukenbossen. Toen de bevolking ging toenemen verdween er steeds meer bos doordat de mensen eenvoudig de bomen gingen kappen en een stukje grond in eigen bezit namen waarop ze dan hun hutten bouwden. De kerk van Nieuw-Dijk heet de Antonius van Paduakerk. Ook heeft het dorp een eigen schutterij, zoals elke kern uit de oude gemeente Didam; deze is vernoemd naar Sint Antonius.