Didam heeft niet altijd Didam geheten, hiervan zijn Dedem (1347), Dydam (1382) en Diem (1568), een aantal voorbeelden. Door de natuurlijke gesteldheid rondom het huidige Didam is er al heel vroeg sprake van een vorming van relatief dichte bebouwing. In het noorden en westen lagen broeklanden, terwijl de rest bestond uit hogere gronden (Het Hoge Veld) bedekt met heide en bos. Op de grenzen van hoog en laag ontstonden de eerste nederzettingen of buurtschappen, namelijk Waverlo of Dijk, Loil, Holthuizen en Greffelkamp.
Elk buurtschap had een eigen organisatie, die gemeenschappelijke gronden beheerden en sloten schouwden. Rond 1680 verenigden de buurtschappen tot het kerspel Didam.
De belangen van de Heren van Gelre en Kleef ontmoeten elkaar in Didam. Daarom hadden beiden in Didam een militair steunpunt, namelijk kasteel Didam (Gelre) en kasteel Loil (Kleef). De heer van den Bergh verwierf in 1388 de heerlijke rechten van Didam. Hij kocht in 1440 kasteel Loil.
In 1891 werd in Didam de eerste coöperatieve roomboterfabriek buiten Friesland opgericht. Van hieruit verspreidde deze activiteit zich over heel Gelderland en de rest van Nederland. In 1897 werd in Didam de eerste Boerenleenbank in Gelderland (en één van de eerste in Nederland) opgericht.